Wat is de Gasketelwet? BRL 6000-25 en K25000 uitgelegd
Sinds 1 april 2023 vallen gasverbrandingstoestellen onder de Gasketelwet. We leggen uit wat dat concreet betekent, welk certificaat je nodig hebt en wat het risico is zonder geldige CO-certificering.
Sinds 1 april 2023 mag niet elk installatiebedrijf meer zomaar aan een cv-ketel, gashaard of ander gasverbrandingstoestel werken. De Gasketelwet — de volksmond-naam voor een wijziging van de Woningwet — koppelt dat werk aan een verplichte CO-certificering. Voor koeltechniek- en HVAC-bedrijven die ook gasgestookte installaties onderhouden (denk aan een hybride warmtepomp met een gasketel als piekvoorziening) is dit een aparte verplichting naast alles wat je al regelt rond F-gassen en BRL 100. Dit artikel zet uiteen wat de wet inhoudt, welke certificeringsroutes er zijn en wat er op het spel staat.
Wat houdt de Gasketelwet in?
De Gasketelwet is geen zelfstandige wet met die naam — het is de populaire aanduiding voor een wijziging van artikel 2 van de Woningwet, uitgewerkt in paragraaf 1.8 van het Bouwbesluit 2012. Twee artikelen zijn daarbij het belangrijkst:
- Artikel 1.35 verbiedt het zonder geldig certificaat verrichten van werkzaamheden aan gasverbrandingsinstallaties, rookgasafvoervoorzieningen en verbrandingsluchttoevoeren.
- Artikel 1.38 verplicht tot het melden van (bijna-)ongevallen.
De aanleiding was een onderzoeksrapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OvV) naar koolmonoxide-ongevallen: te vaak bleek dodelijke CO-vergiftiging terug te voeren op ondeskundig werk aan cv-ketels en rookgasafvoer. Het doel van de wet is dan ook direct — de kwaliteit van installatie- en onderhoudswerk aan gasverbrandingstoestellen aantoonbaar verbeteren, met een certificeringsplicht als instrument. De regeling geldt voor gebouwgebonden gasverbrandingstoestellen tot 100 kW: cv-ketels, geisers, gashaarden en luchtverwarmers, inclusief de bijbehorende rookgasafvoer en verbrandingsluchttoevoer.
Gasketelwet vs F-gassenverordening: twee aparte werelden
Let op de verwarring die hier snel ontstaat: de Gasketelwet gaat over gasverbranding — de veiligheid van het verbrandingsproces zelf en het risico op koolmonoxide. Dat is iets fundamenteel anders dan de F-gassenverordening, die over koudemiddelen in koel- en klimaatinstallaties gaat en draait om lekkage en broeikasgas-uitstoot. Beide gebruiken het woord "gas", maar het zijn twee losse regimes met eigen certificaten, eigen certificerende instellingen en eigen wetgeving.
Voor een zuivere koeltechniek-installateur die geen gasverbrandingstoestellen aanraakt, is de Gasketelwet niet relevant. Maar zodra je bedrijf ook hybride warmtepompen onderhoudt — een elektrisch koudemiddelcircuit gecombineerd met een gasketel als piekvoorziening — kun je met beide regimes tegelijk te maken krijgen, en soms zelfs binnen dezelfde werkbon.
BRL 6000-25 of BRL K25000 — welke heb je nodig?
Om aan de Gasketelwet te voldoen, kies je een certificeringstraject. Er zijn twee gangbare routes:
- BRL 6000-25 (InstallQ) — de standaardroute voor installatiebedrijven, ook geschikt voor bedrijven die al een BRL 6000-AB-certificaat hebben.
- BRL K25000 (Kiwa) — een alternatieve route die zich vooral richt op zzp'ers en kleine bedrijven; een deel van de audit kan op afstand (remote) plaatsvinden.
Beide routes zijn opgezet om aan dezelfde wettelijke eis te voldoen — welke past, hangt af van je bedrijfsgrootte en welke certificerende instelling je al kent voor ander werk. Vraag bij twijfel een offerte bij beide aan; de kern van wat je moet aantonen (welke werkzaamheden, door wie, met welk resultaat) is bij allebei gelijk.
Beide certificeringen kennen een geldigheidstermijn met periodieke controle-audits om het certificaat te behouden — de exacte termijn en het aantal tussentijdse controlemomenten verschillen per certificerende instelling. Vraag dit concreet na bij Kiwa of InstallQ voordat je een traject start.
Wie moet gecertificeerd zijn?
Twee niveaus, net als bij F-gassen:
- Het bedrijf heeft het BRL 6000-25- of BRL K25000-certificaat nodig om werkzaamheden aan gasverbrandingsinstallaties aan te mogen bieden.
- De monteur die het werk uitvoert, heeft een Bewijs van Vakmanschap CO nodig — het persoonsniveau-bewijs dat hij of zij vakbekwaam is. Zie CO-persoon-certificaat: wat je moet weten voor de details.
Zonder allebei mag het werk niet worden uitgevoerd — vergelijkbaar met hoe het bedrijfscertificaat en het BRL 200-persoonscertificaat bij F-gassen samenhangen (zie F-gassen-certificaat aanvragen).
Wat als je zonder geldige certificering werkt?
Artikel 1.35 van het Bouwbesluit verbiedt het uitvoeren van deze werkzaamheden zonder geldig certificaat — dat is een publiekrechtelijke norm waarop gemeentelijk bouw- en woningtoezicht kan handhaven. Los daarvan is er een reëel praktisch risico: een werkbon of keuringsrapport dat is afgetekend door een monteur zonder geldig Bewijs van Vakmanschap CO houdt bij een audit — of erger, na een incident — geen stand. Bij CO-vergiftiging is de aansprakelijkheidsvraag achteraf het eerste waar verzekeraar en toezichthouder naar kijken, en "wie heeft dit gedaan, en was die persoon daartoe bevoegd" is dan de eerste vraag die gesteld wordt.
Hoe Koldwerk dit ondersteunt
De CO-keuringen-module van Koldwerk start alleen op een installatie van het type gasverbranding of hybride, en blokkeert de keuring als de gekozen monteur geen geldig CO-persoon-certificaat heeft — dezelfde harde koppeling die de werkbon-aftekening al afdwingt voor F-gassen-werk. Per keuring leg je de CO-concentratie onbelast en belast vast, doorloop je een vaste checklist (verbrandingslucht-toevoer, rookgasafvoer, opstellingsruimte) en krijg je een chronologische keuringshistorie per installatie met een downloadbaar rapport. Zie CO-keuring: checklist en werkbon-eisen voor hoe die keuring er in de praktijk uitziet.
Verder lezen
- CO-persoon-certificaat: wat je moet weten
- CO-keuring: checklist en wat er op je werkbon moet staan
- F-gassenverordening uitgelegd voor monteurs — het koudemiddel-regime naast de Gasketelwet
- Wat is BRL 100? — de procescertificering voor koel- en klimaatinstallaties
Disclaimer: dit artikel is een toelichting in eenvoudige taal, gebaseerd op de wetswijziging van artikel 2 van de Woningwet, uitgewerkt in paragraaf 1.8 van het Bouwbesluit 2012 (art. 1.35 en 1.38), in werking sinds 1 april 2023, en op publieke informatie van Kiwa en InstallQ. Regelgeving rond de Omgevingswet is voortdurend in beweging — mogelijk zijn deze bepalingen inmiddels ondergebracht in het Besluit bouwwerken leefomgeving. Raadpleeg Kiwa (opent in nieuw tabblad) of InstallQ (opent in nieuw tabblad) voor de actuele stand en exacte certificeringseisen. Geen juridisch advies.