De termen uit de koeltechniek, F-gassenregelgeving en certificering — uitgelegd in gewone taal. Klik door naar de verdieping of reken direct uit of een installatie logboekplichtig is.
De Europese F-gassenregels en wat ze concreet van een koeltechnisch bedrijf eisen.
F-gassen
Gefluoreerde broeikasgassen: synthetische gassen die veel als koudemiddel worden gebruikt en een sterk broeikaseffect hebben.
F-gassen vangen warmte vele malen sterker in dan CO2. Daarom reguleert de EU hun gebruik streng: lekcontrole, certificering, registratie en een geleidelijke afbouw (phase-down) van de meest schadelijke types.
De herziene F-gassenverordening (van kracht sinds 11 maart 2024) die 517/2014 vervangt en de afbouw van HFK's versnelt.
De verordening scherpt de phase-down aan, stelt extra eisen aan apparatuur met hoog-GWP-koudemiddelen en zet koers richting een vrijwel volledige HFK-uitfasering. Voor de meeste installatiebedrijven blijven de praktische plichten — lekcontrole, logboek, gecertificeerd personeel — overeind, maar de keuze van koudemiddel verschuift.
Het systeem dat per producent/importeur een maximum (in ton CO2-equivalent) stelt aan de HFK's die jaarlijks op de markt komen.
Het quotum daalt in stappen, waardoor hoog-GWP-koudemiddelen schaarser en duurder worden. Dit raakt installateurs indirect: prijs en beschikbaarheid van bijvulling veranderen sneller dan veel klanten verwachten.
De verplichting om per installatie met ≥5 ton CO2-equivalent een logboek bij te houden met koudemiddel-mutaties en lekcontroles.
De drempel wordt bepaald door koudemiddel-vulling (kg) × GWP. Voor hermetisch gesloten systemen geldt een hogere grens (vanaf 10 ton CO2-equivalent). Twijfel je of een installatie eronder valt? Reken het hieronder uit.
Periodieke controle op koudemiddellekkage; de frequentie hangt af van de CO2-equivalent van de installatie.
Richtlijn: vanaf 5 ton CO2-equivalent jaarlijks, vanaf 50 ton halfjaarlijks en vanaf 500 ton is een vast lekkagedetectiesysteem verplicht (naast halfjaarlijkse controle). Een correct lekdetectiesysteem kan de vereiste frequentie halveren.
BRL 100, BRL 200, K25000 en STEK — wie mag aan koudemiddel-systemen werken.
BRL 100
De beoordelingsrichtlijn op basis waarvan een koeltechnisch bedrijf het verplichte F-gassen-bedrijfscertificaat behaalt.
BRL 100 beschrijft de eisen aan het kwaliteitssysteem, de uitrusting en de werkwijze van het bedrijf. Een geaccrediteerde certificerende instelling toetst dit en geeft het certificaat af; daarna volgt periodieke controle.
Het certificatieschema met de eisen voor het F-gassen-bedrijfscertificaat en de bijbehorende periodieke controle door een certificerende instelling.
BRL 100 en K25000 worden in de praktijk vaak in één adem genoemd: samen vormen ze het kader waarbinnen een koeltechnisch bedrijf gecertificeerd wordt en jaarlijks wordt gecontroleerd.
In de volksmond staat 'STEK-erkend' voor een bedrijf met het verplichte F-gassen-bedrijfscertificaat; STEK verwijst historisch naar de Stichting Emissiepreventie Koudetechniek.
Global Warming Potential: hoeveel sterker een gas opwarmt dan CO2 over 100 jaar. CO2 heeft GWP 1.
Hoe hoger het GWP, hoe sneller een installatie de logboek- en lekcontrole-drempels haalt. R290 (propaan) heeft GWP 3; R404A heeft GWP 3922 — meer dan duizend keer zo hoog.
De koudemiddel-vulling (kg) vermenigvuldigd met het GWP; bepaalt of een installatie logboek- en lekcontroleplichtig is.
Voorbeeld: 3 kg R410A (GWP 2088) = 6.264 kg CO2-equivalent ≈ 6,3 ton. Dat is boven de 5-ton-grens, dus jaarlijkse lekcontrole en een logboek zijn verplicht.
HFK-mengsel met GWP 3922; veel in (oudere) commerciële en diepvrieskoeling, wordt versneld uitgefaseerd.
Door het hoge GWP haalt een installatie met R404A de logboek-drempel al bij ongeveer 1,3 kg vulling. Vervanging door lager-GWP-alternatieven is een terugkerend gespreksonderwerp met klanten.
Het sluitend administreren van alle koudemiddel-mutaties (bijvullen, aftappen, terugwinnen) per installatie.
Een sluitende balans laat zien hoeveel koudemiddel er in een systeem zit en hoeveel er is bij- of afgevuld. Bij een audit is dit het eerste wat een controleur natrekt.
De houder of eigenaar van de installatie die wettelijk verantwoordelijk is voor lekcontroles en het bijhouden van het logboek.
In de EU-verordening heet dit de 'operator'. In de praktijk regelt het installatiebedrijf de uitvoering, maar de eindverantwoordelijkheid ligt bij de exploitant.