Terug naar kennisbank
F-gassen8 min lezenBijgewerkt 30 mei 2026

Natuurlijke koudemiddelen: R-290, R-744 en ammoniak vergeleken

Propaan, CO₂ en ammoniak hebben een GWP onder 5 en blijven na elke F-gas-phase-down beschikbaar. Wat de drie kunnen, voor wie ze geschikt zijn en welke installatie-eisen ze stellen.

Terwijl de F-gas-phase-down de beschikbaarheid en prijs van synthetische koudemiddelen onder druk zet, schuiven drie oude bekenden terug naar het centrum van de markt: propaan (R-290), CO₂ (R-744) en ammoniak (R-717). Hun gemeenschappelijke kenmerk: GWP ≤ 5, dus geen quota, geen toekomstig verbod, geen STEK-emissie-druk. Hun verschil: heel andere installatie-eisen. Hieronder waar elk type voor bedoeld is en wanneer je 't kunt overwegen.

Wat zijn "natuurlijke koudemiddelen"?

Een [natuurlijk koudemiddel](/kennisbank/begrippen#natuurlijk-koudemiddel) is een stof die ook in de natuur voorkomt en niet synthetisch geproduceerd hoeft te worden: koolwaterstoffen (propaan, isobutaan), kooldioxide, ammoniak en water. In tegenstelling tot HFK's en HFO's vallen ze buiten de F-gassenverordening — een ontsnapping uit de installatie tikt niet aan op het bedrijfs-quotum en telt niet mee voor de STEK-emissieberekening.

De keerzijde: elk heeft een eigen veiligheidsuitdaging. Propaan brandt, CO₂ werkt op druk-niveaus van 60-130 bar, ammoniak is giftig én licht ontvlambaar.

R-290 — propaan voor warmtepompen

Veiligheidsklasse A3 (brandbaar, niet giftig), GWP 3. R-290 is in opkomst als koudemiddel voor woning- en kleine utiliteit-warmtepompen, vooral buitenopstelling.

Wat 't sterk maakt:

  • Thermodynamisch uitstekend: in veel ontwerpen vergelijkbaar met of beter dan R-32 op COP.
  • GWP van 3 → één van de laagste van alle praktische koudemiddelen, na CO₂.
  • Beschikbaarheid is gegarandeerd; geen quota, geen leverancier-onzekerheid op termijn.

Wat de aandacht vraagt:

  • A3 betekent grote brandbaarheidsmarge. Wettelijke limieten op vulling per ruimte zijn fors strenger dan voor A2L (R-32). Een typische woning-warmtepomp moet daarom buiten staan; binnen-opstellingen vergen forse extra ventilatie- of detectie-voorzieningen.
  • Service en onderhoud vereisen vonkvrije gereedschappen en bewustzijn van ontstekingsbronnen.
  • Het F-gassen-bedrijfscertificaat is voor R-290 níet vereist (het is geen F-gas), maar verstandige aannemers handhaven dezelfde admin-kwaliteit en BRL-200-discipline.

Voor woning-warmtepompen waarbij de installateur de buitenunit op een vrije gevel kan plaatsen is R-290 in 2026 een duidelijk groeiende keuze — onder andere omdat het ruim onder de toekomstige 150-GWP-grens valt waar R-32 (GWP 675) en R-454B (466) op enig moment tegenaan kunnen lopen.

R-744 — CO₂ voor warmtepompen en commerciële koeling

Veiligheidsklasse A1 (niet brandbaar, niet giftig), GWP 1. R-744 is technisch het meest "schone" koudemiddel — kooldioxide is letterlijk de referentiewaarde voor klimaat-impact.

Toepassingen:

  • Tapwater-warmtepompen (de hoge afgiftetemperatuur die CO₂-cycli halen sluit goed aan op tapwater-eisen 60–70 °C).
  • Supermarkten — booster-systemen voor diepvries + koel op één centraal R-744-circuit zijn marktstandaard geworden in nieuwbouw.
  • Industriële koel- en vriescellen.

Wat de uitdaging is:

  • Werkdruk is fors hoger dan bij HFK's. Een R-744-circuit werkt routinematig boven 80 bar en kan in transkritische omstandigheden boven 100 bar uitkomen. Componenten, leidingen en koppelingen moeten op dat niveau gespecificeerd zijn.
  • Trans- vs subkritische cycli: CO₂ heeft een kritisch punt rond 31 °C; in warmer klimaat schakelt het circuit naar trans-kritisch, wat een ander ontwerp vraagt dan een traditioneel verdamper-condensor-systeem.
  • Installateur-kennis: monteur-opleiding R-744 is geen vanzelfsprekend onderdeel van een standaard koeltechniek-cursus; specialistisch certificaat aanbevolen.

In het commercieel segment is R-744 inmiddels een volwassen technologie; voor woningen is 't vooral via tapwater-warmtepompen aanwezig.

R-717 — ammoniak voor industrie

Veiligheidsklasse B2L (giftig, licht ontvlambaar), GWP 0. Ammoniak is het langstdienende industriële koudemiddel — al meer dan een eeuw in koel- en vriestechnologie van schaal.

Waar ammoniak zit:

  • Grote vriesopslag (logistiek, voedingsindustrie).
  • IJsbanen en grote koel-installaties.
  • Industriële procestoepassingen.

Waarom nooit voor woning:

  • Toxiciteit: een lek met meer dan een paar kilo ammoniak in een afgesloten ruimte is een medische noodgeval. Werknemers werken met persoonlijke gasdetectie en getrainde noodprocedures.
  • Maatregelen: dubbele behuizing, sniffer-systemen, evacuatie-plannen — investeringen die in een industrieel context betaalbaar zijn maar niet schalen naar een woninggebonden warmtepomp.

Voor een lokaal installatiebedrijf is R-717 doorgaans buiten scope. Het is vooral relevant om herkennen op een ander spoor: bij overname van een industriële klant met ammoniak-installatie horen aparte certificeringen en risicobeheersing.

Beslis-tabel: wanneer welk natuurlijk koudemiddel?

Algemene oriëntatie, geen advies-op-maat:

  • Woning-warmtepomp, buitenunit: R-290 (propaan).
  • Tapwater-warmtepomp: R-744 (CO₂) voor toepassingen waar 60+ °C nodig is.
  • Commerciële koeling/vriezen (supermarkt, distributie): R-744 (CO₂) booster-systeem.
  • Industriële schaal (>500 kW, vriesopslag): R-717 (ammoniak), uitgevoerd door gespecialiseerde bedrijven.
  • Kleinere comfort-airco binnen woning: voorlopig nog HFK/HFO (R-32 of R-454B); R-290 in dat segment groeit maar de A3-eisen maken binnen-opstelling lastig.

Wat dit betekent voor de installateur-administratie

Drie praktische implicaties:

  • GWP-balans wordt schoner. Bij ontwerpen met R-290 of R-744 hoeft de logboekplicht-check zelden bevestigend uit te komen — een typische R-290-vulling van enkele honderden gram blijft mijlenver onder de 5-ton-grens.
  • Lekcontrole-frequentie valt vaak weg. Onder de 5-ton-grens geldt de wettelijke lekcontrole-verplichting niet — maar fabrikant-onderhoudsschema's blijven leidend voor garantie.
  • STEK-rapportage versimpelt. Geen F-gas in de installatie = geen emissiebijdrage voor de jaarlijkse STEK-opgave.

Wat blijft: de werkbon-, certificaat- en installatie-historie-discipline. Heilige regel: een BRL-100-bedrijf documenteert élke installatie met dezelfde nauwkeurigheid, ongeacht of het koudemiddel een F-gas of een natuurlijk type is.

Hoe Koldwerk hier mee werkt

Bij elke installatie selecteer je het koudemiddel uit een vaste lijst die natuurlijke types (R-290, R-744) net zo behandelt als HFK's: de bijbehorende GWP (3 of 1) zorgt automatisch dat de CO₂-equivalent-berekening in de installatiebeheer-module geen lekcontrole-cyclus aanmaakt zolang je onder de drempel blijft. Dezelfde koudemiddel-administratie is bruikbaar voor R-290 — handig als je een gemengde installatie-portfolio onderhoudt en de logica niet wilt opsplitsen. Wat dat kost staat op /prijzen.

Verder lezen

Disclaimer: natuurlijke koudemiddelen vragen elk een eigen veiligheidsbenadering (A3 brandbaar, B2L giftig, hoge werkdrukken bij R-744). Dit artikel is een algemene oriëntatie — voor een concrete keuze of installatie raadpleeg de fabrikant-documentatie, ATEX-vereisten (bij A3) en de Activiteitenregeling Milieubeheer (opent in nieuw tabblad).

Wil je dit zelf direct goed inrichten?

Maandelijks opzegbaar. Geen verlengingstrucs.

Account aanmaken