Nieuwe F-gassen certificering A1/A2/B/C 2026
Nieuwe F-gassen categorieën A1/A2/B/C/D/E vervangen de oude I/II/III/IV. Wat verandert er voor jouw monteurs vóór de deadline van 12 maart 2029? Lees de complete gids.
De Europese F-gassen-regelgeving heeft in 2024 een ingrijpende update gekregen. Naast de bekende Verordening (EU) 2024/573 — de opvolger van EU 517/2014 — is er een nieuwe uitvoeringsverordening die direct raakt aan iets wat elke monteur in zijn portemonnee of ordner heeft: het persoonscertificaat. De oude categorieën I, II, III en IV uit BRL 200 worden vervangen door een nieuw schema van zes categorieën: A1, A2, B, C, D en E.
De deadline om volledig over te stappen is 12 maart 2029. Dat klinkt ruim, maar voor bedrijven die nu al monteurs op de planning hebben voor een verlengingstoets is het goed om te weten wát er precies verandert, welke categorie overeenkomt met welke oude categorie, en of een bestaand certificaat nog geldig blijft.
Dit artikel zet alles op een rij — op basis van gepubliceerde Europese wetgeving, de Nederlandse implementatie via CIBV, IBKI, STE Examenbureau, PBNA, STEK en Bepect B.V., en de bekende planning van die certificerende instellingen.
Waarom een nieuw categoriestelsel?
De oude categorieën I tot en met IV stammen uit Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2067 — de uitvoeringshandeling die de persoonscertificering regelt onder de vorige F-gassen-verordening (EU 517/2014). Die indeling was functioneel maar had een paar nadelen:
- Categorie I gaf onbeperkte bevoegdheid voor alle installatie-groottes, maar zei weinig over bekwaamheid met specifieke koudemiddelen.
- Categorie III en IV waren in de praktijk zelden als zelfstandig certificaat in omloop — veel monteurs haalden direct categorie I of II.
- Met de opkomst van lage-GWP- en natuurlijke koudemiddelen (R-32, R-454B, R-290, R-744) was er behoefte aan een categorie die specifiek gaat over veilig werken met A2L- en A3-vluchtige stoffen.
Uitvoeringsverordening (EU) 2024/2215 van 6 september 2024, gepubliceerd in het Publicatieblad van de EU, vervangt EU 2015/2067 volledig en introduceert het A1/A2/B/C/D/E-schema. Het gaat in op de datum van inwerkingtreding en de nieuwe structuur moet volledig geïmplementeerd zijn voor 12 maart 2029.
Wat betekenen A1, A2, B, C, D en E?
Dit is de belangrijkste correctie ten opzichte van wat je online vaak tegenkomt: B en C zijn geen hergroepering van de oude activiteiten-categorieën III en IV. Het nieuwe schema splitst twee dingen die eerder door elkaar liepen: bevoegdheid voor F-gassen/koolwaterstoffen naar vulgrootte (A1/A2), en losse certificaten per alternatief koudemiddel-type (B voor CO₂, C voor ammoniak). De activiteiten-beperkingen van de oude categorieën III en IV leven voort in de nieuwe categorieën D en E.
Categorie A1 — Volledig gekwalificeerd (F-gassen + koolwaterstoffen)
A1 is de meest uitgebreide categorie voor F-gassen en koolwaterstoffen. Een monteur met A1 mag alle handelingen uitvoeren op alle stationaire koelinstallaties, airconditioningsystemen en warmtepompen die F-gassen of koolwaterstoffen bevatten — ongeacht vulling. A1 is de opvolger van het oude categorie I.
Categorie A2 — Kleinere installaties (F-gassen + koolwaterstoffen)
A2 dekt installaties met een koudemiddel-vulling tot maximaal 3 kg (niet-hermetisch) of 6 kg (hermetisch gesloten, als zodanig gelabeld). Vergelijkbaar met het oude categorie II.
Categorie B — CO₂-installaties
B is een nieuw, zelfstandig certificaat voor alle handelingen aan installaties met kooldioxide (CO₂/R-744) als koudemiddel, ongeacht de vulling. Er is geen oude-categorie-equivalent — dit certificaat bestond niet als apart schema onder I/II/III/IV.
Categorie C — Ammoniak-installaties
C is een nieuw, zelfstandig certificaat voor alle handelingen aan installaties met ammoniak (NH₃/R-717) als koudemiddel, ongeacht de vulling. Ook hiervoor bestond geen apart oud-categorie-equivalent.
Categorie D — Uitsluitend terugwinning
D dekt uitsluitend het terugwinnen van koudemiddel uit installaties tot 3 kg (of 6 kg hermetisch). Dit is de opvolger van het oude categorie III.
Categorie E — Uitsluitend lekcontrole
E dekt uitsluitend lekcontrole zonder het koudemiddelcircuit te openen — zonder kg-grens. Dit is de opvolger van het oude categorie IV.
| Oud | Nieuw | Bevoegdheid | |---|---|---| | Categorie I | A1 | Alle handelingen, F-gassen/koolwaterstoffen, alle installaties | | Categorie II | A2 | Alle handelingen, F-gassen/koolwaterstoffen, ≤ 3 kg / 6 kg hermetisch | | *(nieuw, geen oud-equivalent)* | B | Alle handelingen, CO₂-installaties, ongeacht vulling | | *(nieuw, geen oud-equivalent)* | C | Alle handelingen, ammoniak-installaties, ongeacht vulling | | Categorie III | D | Uitsluitend terugwinning, ≤ 3 kg / 6 kg hermetisch | | Categorie IV | E | Uitsluitend lekcontrole, geen kg-grens |
Blijft een bestaand BRL 200-certificaat geldig?
Gedeeltelijk — bestaande certificaten blijven hun nominale geldigheidsduur behouden, maar met een harde einddatum. Een monteur die in 2023 categorie I heeft behaald met een geldigheidsdatum van 2028, hoeft niet eerder te verlengen. De overgangsregeling in EU 2024/2215 bepaalt dat:
- Alle vóór de transitie afgegeven certificaten op het oude schema (I/II/III/IV) geldig blijven tot hun eigen verloopdatum — maar uiterlijk tot 12 maart 2029. Op die datum vervalt elk nog niet omgezet oud-schema-certificaat automatisch, ook als de eigen geldigheidsdatum later zou liggen (bijvoorbeeld bij een categorie I-certificaat met een lange looptijd).
- Sinds 29 maart 2026 geven certificerende instellingen geen nieuwe certificaten of verlengingen meer af op het oude schema — alleen nog op het nieuwe A1/A2/B/C/D/E-schema.
- Verlenging of nieuwe afgifte gebeurt dus sindsdien altijd op het nieuwe A1/A2/B/C-schema.
Praktische consequentie: als een monteur in 2027 zijn categorie II verlengt, krijgt hij daarvoor een A2-certificaat terug — niet opnieuw een categorie II. Administratief gezien zijn A2 en categorie II gelijkwaardig voor Nederlandse werkbonnen en audits. Maar een monteur met een lang lopend categorie I-certificaat (bijvoorbeeld geldig tot 2031) moet vóór 12 maart 2029 alsnog zijn overgestapt naar A1, ook zonder dat er een natuurlijk verlengingsmoment is.
Wat verandert er inhoudelijk in de examens?
De nieuwe examinering legt meer nadruk op drie gebieden die in het oude schema onderbelicht waren:
1. A2L-koudemiddelen
R-32 is al jaren de meest gebruikte koudemiddel in single-split airco's. Het is een A2L-stof — licht ontvlambaar. De examinering voor A1 en A2 bevat voortaan verplichte modules over installatie-eisen voor A2L (ventilatie-eisen, minimale ruimte-grootte, leidingwerk-specificaties, lekdetectie-vereisten). Monteurs die jarenlang alleen met R-410A hebben gewerkt, zullen hier een deel bijleren.
2. Kwantitatieve berekeningen
Waar het oude examen soms volstond met kwalitatief inzicht, vraagt het nieuwe schema ook rekenvaardigheden: CO₂-equivalent berekenen op basis van koudemiddel-type en vulling, de juiste lekcontrole-frequentie bepalen en het installatielogboek correct bijhouden. Dat sluit aan op de logboekplicht die de F-gassenverordening oplegt.
3. Terugwinning als kerncompetentie
Bij zowel A1 als A2 is terugwinning een zwaarder onderdeel geworden. Terecht: onder EU 2024/573 wordt gerecycled en teruggewonnen koudemiddel strategisch belangrijker naarmate hoog-GWP-quota verder worden afgebouwd.
Wat moet je als bedrijf nu concreet doen?
De deadline is 12 maart 2029, maar wachten tot 2028 is onverstandig. Examenplanning bij certificerende instellingen loopt in drukke perioden maanden vol, en een monteur die in 2028 zijn categorie I verlengt en pas een examen kan maken in april 2029 — na de transitie — kan technisch gezien een gat in zijn bevoegdheid oplopen.
Stap 1: Maak een certificaat-inventarisatie
Zet per monteur op een rij: welke categorie heeft hij, wanneer verloopt het, en voor welke werkzaamheden heeft hij die bevoegdheid nodig? Op het monteurs-tabblad in Koldwerk staan verloopdatums automatisch bijgehouden, inclusief waarschuwingen op 90, 60, 30 en 7 dagen voor verloop.
Stap 2: Bepaal welke nieuwe categorie je monteur nodig heeft
Voor de meeste installatiebedrijven is het antwoord simpel: monteurs met categorie I krijgen A1; monteurs met categorie II krijgen A2. Check of er specifieke werkzaamheden zijn waarvoor A1 strikt noodzakelijk is — vooral als je werkt aan installaties boven 3 kg vulling of commerciële systemen.
Stap 3: Plan verlenging strategisch
Verleng zoveel mogelijk vóór 12 maart 2029. Certificerende instellingen geven sinds 29 maart 2026 uitsluitend nog examens af in de A1/A2/B/C/D/E-indeling — een verlenging op het oude schema is sindsdien niet meer mogelijk.
Stap 4: Zorg voor A2L-bijscholing
Ook zonder formele verplichting is het verstandig om monteurs die voornamelijk R-410A-ervaring hebben, nu al bij te scholen op A2L-regels. Veel aanbieders bieden een daagcursus aan die aansluit op het vernieuwde examen.
Stap 5: Update je administratie
Zodra een monteur een certificaat op het nieuwe schema heeft, zorg je dat het oude certificaatnummer wordt bijgewerkt — inclusief de nieuwe categorie-aanduiding (A1 in plaats van I). Bij audits is het van belang dat de categorie in je administratie overeenkomt met wat op het certificaat staat.
Hoe zit het met het bedrijfscertificaat?
Het F-gassen-bedrijfscertificaat — verplicht voor elk installatiebedrijf dat met F-gassen werkt, los van het persoonscertificaat van monteurs — valt onder een apart traject. De transitie van het persoonscertificaat-schema raakt het bedrijfscertificaat indirect: een bedrijf moet nog steeds aantoonbaar minimaal twee monteurs in dienst hebben met een geldig persoonscertificaat. Zodra monteurs overstappen naar het nieuwe schema, moet je bedrijfsadministratie dat bijhouden.
STEK-erkende bedrijven zullen via de STEK-jaarrapportage ook de nieuwe certificaat-types moeten kunnen aantonen. Kiwa en STEK werken aan geharmoniseerde audit-criteria voor de periode 2026–2029.
Tijdlijn op een rij
| Moment | Wat er gebeurt | |---|---| | Maart 2024 | EU 2024/573 in werking; kader voor nieuwe uitvoeringshandelingen vastgesteld | | September 2024 | EU 2024/2215 gepubliceerd: nieuw persoonscertificaat-schema A1/A2/B/C/D/E | | 29 maart 2026 | Nederlandse CI's (CIBV, IBKI, STE Examenbureau, PBNA, STEK, Bepect B.V.) geven geen nieuwe certificaten of verlengingen meer af op het oude schema — alleen nog op A1/A2/B/C/D/E | | 2027–2028 | Bulk van verlengingen loopt af — moet vanaf 29 maart 2026 al op het nieuwe schema | | 12 maart 2029 | Harde einddatum: alle nog resterende oude I/II/III/IV-certificaten vervallen, ongeacht hun eigen verloopdatum | | Na maart 2029 | Uitsluitend nog A1/A2/B/C/D/E-certificaten geldig |
Wat als je niets doet?
Een monteur die een verlopen categorie II heeft en pas na maart 2029 zijn toets doet, krijgt een A2-certificaat terug. Dat is prima. Het probleem ontstaat als het certificaat verloopt zonder dat een verlenging is gepland. Dan mag de monteur niet meer aftekenen op werkbonnen voor F-gassen-installaties — en daarmee wordt elke werkbon van die monteur ongeldig. Bij een BRL 100-jaarcontrole is dat een directe bevinding.
Koldwerk blokkeert aftekening automatisch zodra een certificaat verlopen is. Maar ook de beste software helpt je niet als de verlenging niet op tijd gepland is. Zorg dat verlengingen minimaal 3 maanden voor de verloopdatum worden aangevraagd.
Verder lezen
- BRL 200 F-gassen-persoonscertificaat uitgelegd — de bestaande categorieën en geldigheidsduur in detail.
- F-gassenverordening 2024/573: wat verandert er? — de bredere EU-context waarbinnen de nieuwe certificering past.
- F-gas-quota 2027: bereid je bedrijf voor — hoe de quota-cuts de praktijk raken.
- Lekcontrole F-gassen: hoe vaak verplicht? — de CO₂-eq-drempels en frequenties die bij A1/A2 horen.
- Ben ik logboekplichtig? — snel checken of jouw installaties onder de logboekplicht vallen.
Disclaimer: dit artikel is gebaseerd op gepubliceerde EU-regelgeving (Verordening (EU) 2024/573 en Uitvoeringsverordening (EU) 2024/2215) en publiekelijk aangekondigde transitie-planningen van Nederlandse certificerende instellingen (CIBV, IBKI, STE Examenbureau, PBNA, STEK, Bepect B.V.). De precieze examen-inhoud, planning en overgangseisen worden vastgesteld door die erkende CI's. Raadpleeg je eigen certificerende instelling voor de actuele details en tarieven.