Terug naar kennisbank
F-gassen10 min lezenBijgewerkt 3 juni 2026

Nieuwe F-gassen certificering A1/A2/B/C 2026

Nieuwe F-gassen categorieën A1/A2/B/C vervangen de oude I/II/III/IV. Wat verandert er voor jouw monteurs vóór de deadline van maart 2029? Lees de complete gids.

De Europese F-gassen-regelgeving heeft in 2024 een ingrijpende update gekregen. Naast de bekende Verordening (EU) 2024/573 — de opvolger van EU 517/2014 — is er een nieuwe uitvoeringsverordening die direct raakt aan iets wat elke monteur in zijn portemonnee of ordner heeft: het persoonscertificaat. De oude categorieën I, II, III en IV uit BRL 200 worden vervangen door een nieuw schema van vier categorieën: A1, A2, B en C.

De deadline om volledig over te stappen is maart 2029. Dat klinkt ruim, maar voor bedrijven die nu al monteurs op de planning hebben voor een verlengingstoets is het goed om te weten wát er precies verandert, welke categorie overeenkomt met welke oude categorie, en of een bestaand certificaat nog geldig blijft.

Dit artikel zet alles op een rij — op basis van gepubliceerde Europese wetgeving, de Nederlandse implementatie via InstallQ en de bekende planning van certificerende instellingen.

Waarom een nieuw categoriestelsel?

De oude categorieën I tot en met IV stammen uit Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2067 — de uitvoeringshandeling die de persoonscertificering regelt onder de vorige F-gassen-verordening (EU 517/2014). Die indeling was functioneel maar had een paar nadelen:

  • Categorie I gaf onbeperkte bevoegdheid voor alle installatie-groottes, maar zei weinig over bekwaamheid met specifieke koudemiddelen.
  • Categorie III en IV waren in de praktijk zelden als zelfstandig certificaat in omloop — veel monteurs haalden direct categorie I of II.
  • Met de opkomst van lage-GWP- en natuurlijke koudemiddelen (R-32, R-454B, R-290, R-744) was er behoefte aan een categorie die specifiek gaat over veilig werken met A2L- en A3-vluchtige stoffen.

Uitvoeringsverordening (EU) 2024/2465, gepubliceerd in het Publicatieblad van de EU, vervangt EU 2015/2067 volledig en introduceert het A1/A2/B/C-schema. Het gaat in op de datum van inwerkingtreding en de nieuwe structuur moet volledig geïmplementeerd zijn voor 11 maart 2029.

Wat betekenen A1, A2, B en C?

De nieuwe categorieën zijn inhoudelijk niet radicaal anders dan de oude, maar zijn anders gegroepeerd en scherper afgebakend.

Categorie A1 — Volledig gekwalificeerd

A1 is de meest uitgebreide categorie. Een monteur met A1 mag alle handelingen uitvoeren op alle stationaire koelinstallaties, airconditioningsystemen en warmtepompen die F-gassen of de meeste alternatieven bevatten — ongeacht vulling of GWP. A1 is de opvolger van het oude categorie I, maar met aanvullende kenniseisen op het gebied van mildly flammable (A2L) koudemiddelen.

Categorie A2 — Kleinere installaties

A2 dekt installaties met een koudemiddel-vulling tot maximaal 3 kg (niet-hermetisch) of 6 kg (hermetisch gesloten). Vergelijkbaar met het oude categorie II. De A2-monteur mag installeren, onderhoud plegen, repareren en lekcontroles uitvoeren binnen die vulgrens.

Categorie B — Lekcontrole en terugwinning

B staat voor het uitvoeren van lekcontroles en het terugwinnen van koudemiddel, zonder monteren of repareren. Dit is de gemoderniseerde vorm van de oude categorie III. In de praktijk is B relevant voor monteurs die gespecialiseerd zijn in inspectie en onderhoud, maar geen installatie-werk doen.

Categorie C — Alleen lekcontrole

C is de smalste categorie: uitsluitend lekcontroles, geen terugwinning, geen interventie. Vergelijkbaar met het oude categorie IV. In de meeste Nederlandse installatiebedrijven zal C niet zelfstandig voorkomen — monteurs die lekcontroles doen, voeren in de praktijk vrijwel altijd ook aanvullende handelingen uit waarvoor B of A2 nodig is.

| Oud | Nieuw | Bevoegdheid | |---|---|---| | Categorie I | A1 | Alle handelingen, alle installaties | | Categorie II | A2 | Alle handelingen, installaties ≤ 3 kg / 6 kg hermetisch | | Categorie III | B | Lekcontrole + terugwinning, geen installatie | | Categorie IV | C | Alleen lekcontrole |

Blijft een bestaand BRL 200-certificaat geldig?

Ja — bestaande certificaten blijven hun nominale geldigheidsduur behouden. Een monteur die in 2023 categorie I heeft behaald met een geldigheidsdatum van 2028, hoeft niet eerder te verlengen. De overgangsregeling in EU 2024/2465 bepaalt dat:

  • Alle vóór maart 2029 afgegeven certificaten op het oude schema (I/II/III/IV) geldig blijven tot hun eigen verloopdatum.
  • Verlenging of nieuwe afgifte ná de transitie-deadline moet plaatsvinden op het nieuwe A1/A2/B/C-schema.
  • Certificerende instellingen kunnen al eerder beginnen met afgifte op het nieuwe schema — en sommige Nederlandse CI's kondigen aan dat vanaf 2026 nieuwe certificaten al in de nieuwe categorie-indeling worden afgegeven.

Praktische consequentie: als een monteur in 2027 zijn categorie II verlengt, krijgt hij daarvoor een A2-certificaat terug — niet opnieuw een categorie II. Administratief gezien zijn A2 en categorie II gelijkwaardig voor Nederlandse werkbonnen en audits.

Wat verandert er inhoudelijk in de examens?

De nieuwe examinering legt meer nadruk op drie gebieden die in het oude schema onderbelicht waren:

1. A2L-koudemiddelen

R-32 is al jaren de meest gebruikte koudemiddel in single-split airco's. Het is een A2L-stof — licht ontvlambaar. De examinering voor A1 en A2 bevat voortaan verplichte modules over installatie-eisen voor A2L (ventilatie-eisen, minimale ruimte-grootte, leidingwerk-specificaties, lekdetectie-vereisten). Monteurs die jarenlang alleen met R-410A hebben gewerkt, zullen hier een deel bijleren.

2. Kwantitatieve berekeningen

Waar het oude examen soms volstond met kwalitatief inzicht, vraagt het nieuwe schema ook rekenvaardigheden: CO₂-equivalent berekenen op basis van koudemiddel-type en vulling, de juiste lekcontrole-frequentie bepalen en het installatielogboek correct bijhouden. Dat sluit aan op de logboekplicht die de F-gassenverordening oplegt.

3. Terugwinning als kerncompetentie

Bij zowel A1 als A2 is terugwinning een zwaarder onderdeel geworden. Terecht: onder EU 2024/573 wordt gerecycled en teruggewonnen koudemiddel strategisch belangrijker naarmate hoog-GWP-quota verder worden afgebouwd.

Wat moet je als bedrijf nu concreet doen?

De deadline is maart 2029, maar wachten tot 2028 is onverstandig. Examenplanning bij Kiwa en andere CI's loopt in drukke perioden maanden vol, en een monteur die in 2028 zijn categorie I verlengt en pas een examen kan maken in april 2029 — na de transitie — kan technisch gezien een gat in zijn bevoegdheid oplopen.

Stap 1: Maak een certificaat-inventarisatie

Zet per monteur op een rij: welke categorie heeft hij, wanneer verloopt het, en voor welke werkzaamheden heeft hij die bevoegdheid nodig? Op het monteurs-tabblad in Koldwerk staan verloopdatums automatisch bijgehouden, inclusief waarschuwingen op 90, 60, 30 en 7 dagen voor verloop.

Stap 2: Bepaal welke nieuwe categorie je monteur nodig heeft

Voor de meeste installatiebedrijven is het antwoord simpel: monteurs met categorie I krijgen A1; monteurs met categorie II krijgen A2. Check of er specifieke werkzaamheden zijn waarvoor A1 strikt noodzakelijk is — vooral als je werkt aan installaties boven 3 kg vulling of commerciële systemen.

Stap 3: Plan verlenging strategisch

Verleng zoveel mogelijk vóór 2029, maar na 2026 zodat je gelijk op het nieuwe schema zit. Certificerende instellingen geven naar verwachting vanaf medio 2026 nieuwe examens af in de A1/A2/B/C-indeling. Vraag bij jouw CI na wanneer zij overstappen.

Stap 4: Zorg voor A2L-bijscholing

Ook zonder formele verplichting is het verstandig om monteurs die voornamelijk R-410A-ervaring hebben, nu al bij te scholen op A2L-regels. Veel aanbieders bieden een daagcursus aan die aansluit op het vernieuwde examen.

Stap 5: Update je administratie

Zodra een monteur een certificaat op het nieuwe schema heeft, zorg je dat het oude certificaatnummer wordt bijgewerkt — inclusief de nieuwe categorie-aanduiding (A1 in plaats van I). Bij audits is het van belang dat de categorie in je administratie overeenkomt met wat op het certificaat staat.

Hoe zit het met het bedrijfscertificaat?

Het F-gassen-bedrijfscertificaat — verplicht voor elk installatiebedrijf dat met F-gassen werkt, los van het persoonscertificaat van monteurs — valt onder een apart traject. De transitie van het persoonscertificaat-schema raakt het bedrijfscertificaat indirect: een bedrijf moet nog steeds aantoonbaar minimaal twee monteurs in dienst hebben met een geldig persoonscertificaat. Zodra monteurs overstappen naar het nieuwe schema, moet je bedrijfsadministratie dat bijhouden.

STEK-erkende bedrijven zullen via de STEK-jaarrapportage ook de nieuwe certificaat-types moeten kunnen aantonen. Kiwa en STEK werken aan geharmoniseerde audit-criteria voor de periode 2026–2029.

Tijdlijn op een rij

| Moment | Wat er gebeurt | |---|---| | Maart 2024 | EU 2024/573 in werking; kader voor nieuwe uitvoeringshandelingen vastgesteld | | Oktober 2024 | EU 2024/2465 gepubliceerd: nieuw persoonscertificaat-schema A1/A2/B/C | | 2026 (verwacht) | Nederlandse CI's (Kiwa, InstallQ, Normec) starten eerste examens op nieuw schema | | 2027–2028 | Bulk van verlengingen loopt af — strategisch moment voor omzetting | | 11 maart 2029 | Deadline: alle nieuwe afgiften en verlengingen op A1/A2/B/C-schema | | Na maart 2029 | Bestaande I/II/III/IV-certificaten geldig tot eigen verloopdatum |

Wat als je niets doet?

Een monteur die een verlopen categorie II heeft en pas na maart 2029 zijn toets doet, krijgt een A2-certificaat terug. Dat is prima. Het probleem ontstaat als het certificaat verloopt zonder dat een verlenging is gepland. Dan mag de monteur niet meer aftekenen op werkbonnen voor F-gassen-installaties — en daarmee wordt elke werkbon van die monteur ongeldig. Bij een K25000-jaarcontrole is dat een directe bevinding.

Koldwerk blokkeert aftekening automatisch zodra een certificaat verlopen is. Maar ook de beste software helpt je niet als de verlenging niet op tijd gepland is. Zorg dat verlengingen minimaal 3 maanden voor de verloopdatum worden aangevraagd.

Verder lezen

Disclaimer: dit artikel is gebaseerd op gepubliceerde EU-regelgeving (Verordening (EU) 2024/573 en Uitvoeringsverordening (EU) 2024/2465) en publiekelijk aangekondigde transitie-planningen van Nederlandse certificerende instellingen. De precieze examen-inhoud, planning en overgangseisen worden vastgesteld door InstallQ, Kiwa en andere erkende CI's. Raadpleeg je eigen certificerende instelling voor de actuele details en tarieven.

Wil je dit zelf direct goed inrichten?

Maandelijks opzegbaar. Geen verlengingstrucs.

Account aanmaken