Vaste lekdetectie: wanneer is een lekdetectiesysteem verplicht?
Boven 500 ton CO₂-equivalent eist de F-gassenverordening een vast lekdetectiesysteem. Wat telt mee, hoeveel kilo is dat, en hoe het je lekcontrole-frequentie halveert.
De meeste installateurs kennen de drie lekcontrole-drempels uit hun hoofd. Minder bekend is de vierde verplichting die bij de hoogste drempel hoort: boven 500 ton CO₂-equivalent moet er een vast lekdetectiesysteem aanwezig zijn. Dit artikel legt uit wanneer dat speelt, hoeveel kilo dat per koudemiddel is, en wat het systeem oplevert voor je controle-frequentie.
De drempel: 500 ton CO₂-equivalent
De F-gassenverordening koppelt de zwaarte van de verplichtingen aan de CO₂-equivalent van de installatie — niet aan het aantal kilo's koudemiddel zelf. Voor de periodieke lekcontrole gelden drie drempels: vanaf 5 ton jaarlijks, vanaf 50 ton halfjaarlijks, vanaf 500 ton elke drie maanden. Bij die hoogste drempel komt er één eis bij: een vast, automatisch lekdetectiesysteem dat de exploitant of het installatiebedrijf waarschuwt zodra er een lek optreedt.
Hoeveel kilo is 500 ton?
Omdat de drempel in CO₂-equivalent is uitgedrukt, verschilt het kantelpunt per koudemiddel. De GWP-waarde doet het rekenwerk:
- R-32 (GWP 675): 500.000 ÷ 675 ≈ 740 kg
- R-410A (GWP 2.088): 500.000 ÷ 2.088 ≈ 240 kg
- R-404A (GWP 3.922): 500.000 ÷ 3.922 ≈ 128 kg
Een industriële koel- of vriesinstallatie op R-404A zit dus al rond 128 kg in het regime met vaste lekdetectie — terwijl een R-32-systeem pas bij ruim 740 kg die grens raakt. Dit is meteen een argument om bij vervanging naar een lager-GWP-middel te kijken: niet alleen voor het quota, maar ook om uit de zwaarste compliance-categorie te blijven.
Wat telt als vast lekdetectiesysteem?
Het gaat om een permanent gemonteerd, automatisch systeem dat koudemiddel in de lucht detecteert en alarm slaat — bijvoorbeeld een gasdetectie-opnemer in de machinekamer die op een centrale meldt. Een handmatige snuffeldetector die de monteur meeneemt telt niet: dat is gereedschap voor de periodieke controle, geen vast systeem. Het vaste systeem moet ten minste elke twaalf maanden op goede werking worden gecontroleerd, en die controle hoort in het installatielogboek.
Het voordeel: halvering van de controle-frequentie
Een vast lekdetectiesysteem is niet alleen een plicht boven 500 ton — onder die drempel is het een slimme keuze. Met een goedgekeurd systeem mag de verplichte lekcontrole-frequentie namelijk halveren. Een installatie van 60 ton CO₂-equivalent die normaal halfjaarlijks gecontroleerd moet worden, kan met een vast lekdetectiesysteem terug naar jaarlijks. Voor grotere installaties scheelt dat reële servicebezoeken per jaar.
Hoe Koldwerk dit bijhoudt
Koldwerk berekent per installatie de CO₂-equivalent uit koudemiddel-type en vulling, zodat je direct ziet welke systemen boven de 500-ton-grens uitkomen. Per installatie leg je vast óf er een vast lekdetectiesysteem aanwezig is; de afgeleide lekcontrole-deadline houdt daar rekening mee. Zo loop je niet het risico dat je een installatie te weinig — of onnodig te vaak — laat controleren.
Verder lezen
- Lekcontrole F-gassen: hoe vaak verplicht? — de drie drempels met rekenvoorbeelden
- GWP-waarden koudemiddelen — tabel — voor je eigen omrekening
- Koudemiddel-balans: praktische gids — sluitende administratie voor de audit
Disclaimer: praktische toelichting op basis van Verordening (EU) 517/2014 en (EU) 2024/573. Drempelwaarden en uitvoeringseisen kunnen via uitvoeringsbesluiten wijzigen — raadpleeg de officiële bron of je Certificerende Instelling voor de geldende versie. Geen juridisch advies.