Bestaat de airconditioning-keuringsplicht nog?
Nee — de periodieke keuringsplicht voor airco- en verwarmingssystemen in het Bbl is per 29 mei 2026 vervallen. Wat er wél overblijft, en wat je dus niet meer als wettelijke verplichting mag verkopen.
Kort antwoord: nee, niet meer. De periodieke keuringsplicht voor airconditioningsystemen én voor verwarmingssystemen is per 29 mei 2026 uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) geschrapt. Wie vandaag nog een "verplichte EPBD-airco-keuring" aanbiedt, verkoopt een verplichting die niet meer bestaat.
Dit artikel stond hier eerder met het tegenovergestelde antwoord. Dat was onjuist en is hieronder gecorrigeerd.
De oude regel: klasse 1 vanaf 12 kW
Onder de eerste versie van de EPBD (Energy Performance of Buildings Directive), zoals verwerkt in het Bouwbesluit 2012, gold een indeling in vermogensklassen voor airconditioningsystemen: klasse 1 (12-45 kW), klasse 2 (45-270 kW) en klasse 3 (>270 kW). Systemen vanaf 12 kW nominaal vermogen vielen daarmee al onder de keuringsplicht. Dit is de regel die nog rondzingt als "de airco-keuringsplicht".
De tussenfase: 70 kW sinds 2020
Sinds 10 maart 2020 was de klassenindeling losgelaten en gold één drempelwaarde: keuring verplicht voor airconditioningsystemen met een nominaal vermogen van meer dan 70 kW, gemeten per systeem en niet gesommeerd over het gebouw. De wettelijke basis stond in artikel 6.37 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), met de verwarmingssystemen in een aparte paragraaf.
Dat is de regel die tot mei 2026 gold — en die je nog op veel websites en in offertesjablonen tegenkomt.
Wat er per 29 mei 2026 is veranderd
Bij de implementatie van EPBD IV heeft Nederland de keuringsparagrafen geschrapt in plaats van ze aan te scherpen. Het Besluit van 21 april 2026 (Stb. 2026, 103) (opent in nieuw tabblad) bepaalt in artikel I, onderdeel AV letterlijk:
Paragraaf 6.5.2 en paragraaf 6.5.4 vervallen.
Paragraaf 6.5.2 bevatte de keuring van airconditioningsystemen (artikel 6.37), paragraaf 6.5.4 die van verwarmingssystemen (artikel 6.42). Het besluit is op 29 mei 2026 in werking getreden. Beide artikelen staan sindsdien in de geconsolideerde wettekst als vervallen.
Er is dus geen Bbl-grondslag meer voor een periodieke EPBD-keuring van airco- of verwarmingssystemen, ongeacht het vermogen. De 70 kW-drempel is niet verhoogd — de verplichting waar die drempel bij hoorde, is er niet meer.
Wat blijft wél gelden
Dit is de belangrijkste nuance, want er wordt makkelijk te veel weggestreept:
- Keuring van stookinstallaties blijft. Paragraaf 6.5.3 van het Bbl is níét geschrapt. De SCIOS-keuring van stookinstallaties staat dus gewoon overeind. Dat is een ander traject met een eigen scope.
- F-gassen-lekcontrole staat hier volledig los van. Die volgt uit de Europese F-gassenverordening, niet uit het Bbl, en is ongewijzigd. Zie Lekcontrole F-gassen: hoe vaak verplicht?.
- Gebouwautomatisering (GACS/BACS) is een aparte verplichting met een eigen tijdpad, en verdwijnt niet mee met de keuringsplicht.
- Contractuele afspraken blijven staan. Heb je met een klant een periodieke inspectie afgesproken in een onderhoudscontract, dan geldt die afspraak nog steeds — alleen de wettelijke grondslag eronder is weg.
Wat betekent dit voor jouw installatiebedrijf?
Twee dingen, en ze gaan de andere kant op dan bij de meeste regelwijzigingen.
Commercieel: pas je offertes en teksten aan. Bood je EPBD-airco-keuringen aan met "wettelijk verplicht" erbij, dan klopt dat sinds 29 mei 2026 niet meer. Dat is niet alleen een feitelijke fout maar ook een misleidende mededeling richting je klant. Het werk zelf mag je uiteraard blijven aanbieden — als dienst die storingen voorkomt en energie bespaart, niet als plicht.
Administratief: laat de registratie niet stilvallen. Voor installaties waar je al keuringen op deed, blijft de historie relevant voor onderhoudsadvies en voor de klant zijn eigen dossier. Een installatiebeheer-module die keuringsdata, certificaten en vervaldata per installatie vastlegt, houdt dat bij elkaar — nu als contractuele en commerciële afspraak in plaats van als wettelijke plicht.
Disclaimer: dit artikel is bijgewerkt op 11 augustus 2026 op basis van Stb. 2026, 103 en de geconsolideerde tekst van het Besluit bouwwerken leefomgeving. Regelgeving kan wijzigen en de uitwerking van EPBD IV loopt op onderdelen nog door. Controleer bij twijfel over een concrete installatie de actuele stand bij RVO of IPLO, of vraag advies aan.
Verder lezen
Veelgestelde vragen
Is de airco-keuringsplicht in Nederland afgeschaft?
Ja. Het Besluit van 21 april 2026 (Stb. 2026, 103) laat paragraaf 6.5.2 en 6.5.4 van het Besluit bouwwerken leefomgeving vervallen per 29 mei 2026. Daarmee is de periodieke keuringsplicht voor zowel airconditioning- als verwarmingssystemen verdwenen, ongeacht het vermogen.
Vanaf welk vermogen moet een airconditioningsysteem nu gekeurd worden?
Er geldt geen vermogensdrempel meer, omdat de verplichting zelf is vervallen. Tot 29 mei 2026 lag de grens op meer dan 70 kW nominaal vermogen per systeem; die bepaling bestaat niet meer.
Mag ik een EPBD-airco-keuring nog als wettelijk verplicht aanbieden?
Nee. Sinds 29 mei 2026 bestaat die wettelijke plicht niet meer, dus 'wettelijk verplicht' in een offerte of op een website is onjuist en misleidend richting de klant. De keuring als dienst aanbieden mag uiteraard wel — op grond van storingspreventie en energiebesparing, niet op grond van een verplichting.
Is de keuring van stookinstallaties ook vervallen?
Nee. Alleen paragraaf 6.5.2 (airconditioning) en 6.5.4 (verwarmingssystemen) zijn vervallen. Paragraaf 6.5.3, die de keuring van stookinstallaties regelt, is ongewijzigd gebleven.
Verandert er iets aan de F-gassen-lekcontrole?
Nee. De lekcontroleplicht volgt uit de Europese F-gassenverordening en staat helemaal los van het Besluit bouwwerken leefomgeving. Die verplichting is ongewijzigd.