BRL 100: wat gebeurt er bij een afwijking tijdens de audit?
Een BRL 100-audit levert een kritieke of niet-kritieke afwijking op — dit bepaalt je hersteltermijn en wat er met je certificaat gebeurt als je die termijn niet haalt.
Je auditor heeft iets gevonden. Misschien ontbreekt een werkinstructie, misschien is een koudemiddellogboek niet bijgewerkt, misschien werkt er iemand zonder geldig BRL 200-certificaat. Wat er nu gebeurt, hangt bijna volledig af van één vraag: is het een kritieke of een niet-kritieke afwijking? Dit artikel gaat over het traject ná de bevinding — voor de voorbereiding op de audit zelf, zie BRL 100-jaarcontrole: dit verwacht de auditor.
Kritiek of niet-kritiek: het onderscheid dat alles bepaalt
De beoordelingsrichtlijn BRL 100 kent een vaste definitie van een kritieke afwijking: een afwijking van de eisen uit de BRL die een onmiddellijk negatief effect heeft op de kwaliteit van de uitvoering of op het milieu. De BRL noemt daarbij expliciet:
- een afwijking die lekkage van f-gassen tot gevolg kan hebben;
- een afwijking waardoor een verplicht element van de BRL niet is gedocumenteerd of geïmplementeerd — denk aan ontbrekende procedures, werkinstructies of registraties;
- het niet beschikbaar hebben van de verplichte instrumenten en apparaten voor de werkzaamheden;
- niet-gecertificeerd personeel werkzaamheden laten uitvoeren waarvoor een certificaat f-gassen voor personen verplicht is (met een uitzondering voor leerling-monteurs die onder toezicht werken en binnen twee jaar hun BRL 200-certificaat halen).
Alles wat niet in deze categorie valt, is een niet-kritieke afwijking — de BRL definieert die simpelweg als "afwijking die niet als een kritieke afwijking is te beschouwen". In de praktijk gaat het dan om zaken als een administratieve omissie die de kwaliteit of veiligheid van het werk niet direct raakt.
Dit onderscheid is niet cosmetisch: het bepaalt je hersteltermijn en het bepaalt hoe snel je certificaat op het spel komt te staan.
Hersteltermijn: hoeveel tijd heb je?
Voor kritieke afwijkingen geldt dat je onderneming deze zo spoedig mogelijk moet corrigeren, met een uiterste termijn van vier weken na constatering door de certificerende instelling (CI). Daarna voert de CI een herbeoordeling uit om vast te stellen of de corrigerende maatregel afdoende is.
Voor niet-kritieke afwijkingen geldt een ruimere termijn: corrigerende maatregelen moeten binnen zes maanden na vaststelling zijn genomen. De beoordeling daarvan vindt doorgaans plaats bij de eerstvolgende reguliere beoordeling, niet via een aparte herbeoordeling.
Deze termijnen (vier weken / zes maanden) staan zo beschreven in de destijds gepubliceerde tekst van de beoordelingsrichtlijn BRL 100 (hoofdstuk 6, corrigerende maatregelen en herbeoordelingen). BRL 100 is sindsdien doorontwikkeld — versie 2.0 is sinds 2020 verplicht en versie 3.0 treedt per 31 augustus 2026 in werking. Of de exacte termijnen in de huidige versie ongewijzigd zijn, hebben we niet met een actuele brontekst kunnen bevestigen. Vraag bij twijfel je certificerende instelling om de precieze termijn die in jouw geval geldt, of laat dit teruglezen door je BRL 100-adviseur.
Van waarschuwing naar schorsing naar intrekking
Als je de hersteltermijn niet haalt — of de genomen maatregel wordt door de CI niet als afdoende beoordeeld — start een oplopend maatregelentraject. Samengevat, van licht naar zwaar:
- Schriftelijke waarschuwing: bij het niet nemen van afdoende corrigerende maatregelen na een niet-kritieke afwijking. Ook bij een tweede keer dezelfde niet-kritieke afwijking binnen een periode van ruim vier jaar volgt een schriftelijke waarschuwing.
- Schorsing van het gebruik van het certificaat: als er ook binnen de termijn die in de schriftelijke waarschuwing is gesteld geen afdoende maatregel is genomen.
- Intrekking van het certificaat: als binnen de in de schorsing gestelde termijn nog steeds geen afdoende maatregel is genomen.
- Directe intrekking bij een kritieke afwijking waarvoor niet binnen de geldende termijn afdoende is gecorrigeerd — hier wordt de tussenstap van een waarschuwing overgeslagen.
- Directe intrekking bij (het redelijke vermoeden van) overtreding van wettelijke voorschriften die met de werkzaamheden samenhangen.
Bij zowel de schriftelijke waarschuwing als de schorsing geldt telkens een termijn van maximaal vier weken om alsnog afdoende te corrigeren en dit bij de CI kenbaar te maken. Na een schorsing voert de CI eerst een extra beoordeling uit; pas als die aantoont dat je onderneming weer volledig aan de eisen voldoet, wordt de schorsing opgeheven. Voldoet je bedrijf bij die extra beoordeling nog steeds niet, dan volgt intrekking.
De CI meldt afgegeven, geschorste en ingetrokken certificaten aan Rijkswaterstaat, de beheerder van de BRL. Certificaten zijn ook te controleren via het Centraal Register Techniek — het loont dus niet om een schorsing te laten passeren in de hoop dat niemand het merkt.
Wat betekent een schorsing voor je bedrijfsvoering?
Een schorsing betekent dat je (tijdelijk) geen gebruik mag maken van het certificaat f-gassen voor ondernemingen. Voor de precieze operationele gevolgen — kun je nog wél werkzaamheden uitvoeren zolang je gecertificeerde monteurs inzet, of ligt alles stil — verschilt de uitleg per certificerende instelling en per situatie. Neem dit bij een (dreigende) schorsing altijd direct op met je CI; hier bestaat geen eenduidig, voor elke situatie geldend antwoord.
Verschilt dit per certificerende instelling?
BRL 100-certificering wordt afgegeven door meerdere bevoegde certificerende instellingen (zie het overzicht in Wat is BRL 100 en waarom raakt het jouw werkbon?). De classificatie kritiek/niet-kritiek en de bijbehorende termijnen liggen vast in de beoordelingsrichtlijn zelf, dus die zijn in beginsel voor elke CI gelijk. Elke CI werkt dit traject wel verder uit in een eigen certificatiereglement (klachten- en geschillenprocedure, communicatie rond de herbeoordeling). Vraag je eigen CI naar dat reglement als je precies wilt weten hoe het bij hen loopt.
Het niet eens met een bevinding?
De BRL schrijft voor dat elke CI eisen voor geheimhouding, klachten en geschillen borgt conform de norm voor certificerende instellingen (ISO/IEC 17065 of 17021). Ben je het niet eens met een geconstateerde afwijking of met de opgelegde maatregel, dan kun je dus altijd een klacht- of geschillenprocedure bij je CI starten. De exacte stappen en termijnen daarvan staan in het certificatiereglement van je CI, niet in de BRL zelf.
Voorkomen is goedkoper dan herstellen
De meeste kritieke afwijkingen die tot een schorsingstraject leiden, zitten in een klein aantal terugkerende thema's: ontbrekende of niet-gekalibreerde meetapparatuur, gaten in het logboek of de koudemiddelbalans, en monteurs die buiten hun BRL 200-bevoegdheid werken. Een paar plekken om dat risico structureel te verkleinen: