Terug naar kennisbank
BRL 1007 min lezenBijgewerkt 27 juli 2026

Wat valt wel en niet onder de BRL 100-certificeringsscope?

Een concreet overzicht van welke installatietypes, koudemiddelen en werkzaamheden wel binnen de BRL 100-scope vallen (koelinstallaties, airco, warmtepompen, mobiele toepassingen) en welke situaties er waarschijnlijk buiten vallen, zoals werk aan eigen installaties zonder externe klanten.

BRL 100 klinkt als één duidelijk afgebakend keurmerk, maar in de praktijk lopen installatiebedrijven vaak tegen grensgevallen aan: valt die ene warmtepomp er wel onder, en geldt de plicht ook als je alleen aan je eigen bedrijfspand werkt? Dit artikel zet op een rij welke werkzaamheden, installaties en situaties binnen de BRL 100-scope vallen — en welke er (waarschijnlijk) buiten vallen. Voor de basis van wat BRL 100 is, zie wat is BRL 100?

De kernregel: koudemiddelcircuit + voor derden

BRL 100 is de beoordelingsrichtlijn achter het wettelijk verplichte F-gassen-bedrijfscertificaat. Volgens het Informatiepunt Leefomgeving (IPLO) (opent in nieuw tabblad) en het Ondernemersplein (opent in nieuw tabblad) is de kern simpel geformuleerd: zodra een onderneming of zzp'er handelingen verricht aan het koudemiddelcircuit voor een opdrachtgever (derde), is het bedrijfscertificaat verplicht. Twee elementen zijn dus bepalend — wát je doet (raakt het de koudemiddelvulling of het circuit) en voor wíé je het doet (een klant, of jezelf).

Welke installatietypes vallen er wel onder?

Op basis van de officiële toelichtingen van Kiwa (opent in nieuw tabblad), Techniek Nederland (opent in nieuw tabblad) en DEKRA (opent in nieuw tabblad) vallen in elk geval de volgende installaties onder de scope:

  • Stationaire koelinstallaties en vriesinstallaties
  • Klimaatinstallaties en airconditioning
  • Stationaire warmtepompen (lucht-water, bodem-water) — zie ook warmtepomp: onderhoud en logboek verplicht?
  • Brandbeveiligingsapparatuur die met F-gassen of alternatieve blusmiddelen werkt

Met BRL 100 versie 3.0 wordt de scope per 31 augustus 2026 verder verbreed naar mobiele koeltoepassingen: lichte koelvoertuigen, reefers (koelcontainers) en gekoelde spoorwagons. Tot die datum blijft de huidige scope (versie 2.0, zonder mobiele toepassingen) van kracht; certificerende instellingen geven vanaf 31 augustus 2026 geen nieuwe versie 2.0-certificaten meer af, en bestaande versie 2.0-certificaten blijven geldig tot uiterlijk 31 augustus 2028. Check bij je certificerende instelling of in BRL 100 in 2026: wat verandert er? wat dit concreet voor jouw bedrijf en een eventuele overgangstermijn betekent.

Welke koudemiddelen vallen eronder?

De scope is breder dan alleen F-gassen. Naast gefluoreerde broeikasgassen vallen ook natuurlijke koudemiddelen onder de richtlijn: koolwaterstoffen (zoals propaan/R-290), kooldioxide (CO2/R-744) en ammoniak (NH3). Een vergelijking van deze middelen vind je in natuurlijke koudemiddelen: R-290, R-744 en ammoniak vergeleken. Werk je uitsluitend met natuurlijke koudemiddelen, dan ontkom je dus niet automatisch aan BRL 100 — de richtlijn is middel-onafhankelijk zodra het om koudetechnische installaties gaat.

Welke werkzaamheden vallen eronder?

De scope raakt niet alleen "installeren", maar het hele werkzaamheden-spectrum aan het koudemiddelcircuit:

  • Installatie van nieuwe apparatuur
  • Onderhoud en service
  • Reparatie
  • Lekcontrole en inspectie
  • Buitendienststelling
  • Terugwinning van koudemiddel (zie ook koudemiddel terugwinnen: de regels)

Werkzaamheden die het koudemiddelcircuit niet raken — denk aan zuiver elektrisch werk, mechanische ophanging of bouwkundige aanpassingen rond een installatie — worden in de geraadpleegde bronnen niet expliciet benoemd als wel of niet binnen de scope. Wij durven daar geen harde uitspraak over te doen; vraag dit bij twijfel na bij je certificerende instelling.

Wat valt er (waarschijnlijk) niet onder BRL 100?

Werk aan eigen installaties (eigen beheer). Dit is de meest concrete uitzondering die uit de bronnen naar voren komt: de wettelijke plicht geldt voor werk "voor derden — opdrachtgevers". Een bedrijf dat uitsluitend aan zijn eigen koelinstallaties werkt — bijvoorbeeld een supermarktketen met een eigen technische dienst die geen diensten aan externe klanten levert — lijkt op basis van deze formulering niet onder de wettelijke BRL 100-certificeringsplicht te vallen. Let op: dit ontslaat een bedrijf niet automatisch van andere verplichtingen, zoals het persoonscertificaat van de monteur (zie BRL 200 F-gassen-persoonscertificaat) of de logboekplicht voor de installatie zelf. Neem bij twijfel over jouw specifieke situatie contact op met een certificerende instelling.

Geen aparte minimumhoeveelheid koudemiddel voor de certificeringsplicht zelf. Belangrijk om twee dingen niet door elkaar te halen: er bestaat wél een CO2-equivalent-drempel die bepaalt hóe vaak een lekcontrole verplicht is (zie lekcontrole F-gassen: hoe vaak is die verplicht? en de GWP-waarden-tabel voor de onderliggende berekening). Maar voor de vraag "heeft mijn bedrijf een BRL 100-certificaat nodig" vonden wij in de geraadpleegde officiële bronnen geen aparte minimumhoeveelheid — de plicht lijkt te ontstaan zodra je voor derden aan het koudemiddelcircuit werkt, ongeacht de vulling. Bevestig dit voor jouw situatie bij je CI voordat je hierop beslissingen baseert.

BRL 100 is niet hetzelfde als STEK of BRL K25000

Een paar veelgemaakte scope-verwarringen op een rij:

  • STEK is een apart, ouder toetsingskader met een eigen scope-nadruk op koeltechniek-specifieke vakbekwaamheid. Zie STEK vs BRL 100 voor het volledige verschil.
  • BRL K25000 gaat over CO-veiligheid bij gasverbrandingsinstallaties onder de Gasketelwet en heeft niets met koudemiddelen te maken — zie wat is de Gasketelwet?.
  • ISO 9001 is een generiek kwaliteitsmanagementsysteem, geen vervanging voor het wettelijk verplichte F-gassen-bedrijfscertificaat — zie BRL 100 vs ISO 9001.

Zzp'er? Zelfde scope-regels

Werk je als zzp'er in de koeltechniek voor opdrachtgevers, dan geldt dezelfde "voor derden"-regel: je hebt zowel het persoonscertificaat als het bedrijfscertificaat nodig. De volledige uitleg staat in zzp'er in de koeltechniek: certificaten en verzekeringen.

Hoe Koldwerk hierbij helpt

Of een installatie wel of niet onder je BRL 100-scope valt is een juridische vraag die je certificerende instelling moet beantwoorden — maar zodra het antwoord "ja" is, moet je het aantoonbaar administreren. Het installatiebeheer van Koldwerk laat je per installatie vastleggen of hij binnen de BRL 100-scope valt, zodat je dossier en je koudemiddel-module automatisch de juiste velden en controles toepassen.

Disclaimer: dit artikel is een praktische toelichting op basis van de officiële toelichtingen van Kiwa, Techniek Nederland, DEKRA en het Informatiepunt Leefomgeving (IPLO). Voor grensgevallen — zoals eigen-beheersituaties, mobiele toepassingen of werk dat het koudemiddelcircuit niet direct raakt — is de uitleg van je eigen certificerende instelling leidend, niet dit artikel.

Wil je dit zelf direct goed inrichten?

Maandelijks opzegbaar. Geen verlengingstrucs.

Account aanmaken